SPINOZA – NIETZSCHE – DELEUZE

Als ik gesprekken met Deleuze (Pourparlers: 1972-1990) lees lijkt hij het over onze tijd te hebben, over nu. En dat is waarschijnlijk ook zo. Er is niets nieuws gekomen. Ja, het neo-liberalisme: de ultimisering van de consumptie. We glijden af, dat is geen vernieuwing. We ontwikkelen ons niet. Geld is zo belangrijk geworden, meer nog dan in Deleuze’s laatste jaren. Geld is geen leven, het brengt ons niets.

Ik ruim mijn boekenkast op. Sloterdijk heb ik al weggedaan. Merleau-Ponty staat op boekwinkeltjes. Ik wil me concentreren, de lijn die in mijn denken en lezen vormde als basis gebruiken.

Deleuze beschrijft in Pourparlers ook de opkomende babbelcultuur op tv, waaraan hij weigert mee te doen. Anno nu is dit totaal doorgeslagen, vooral op internet.

Ik begrijp wel dat Spinoza lenzen sleep om tin zijn levensonderhoud te voorzien. Filosofie kan slechts in vrijheid bedreven worden, onafhankelijk.

Het is fijn de gesprekken met Deleuze uit 1986 over te lezen. Het droevige is dat de ontwikkelingen die hij beschrijft vele malen negatiever zijn geworden. Het anti-intellectualisme, de nagenoege instorting van de kritische journalistiek, het gebabbel. Er zijn nog wel vooraanstaande denkers zoals Saskia Sassen maar ze hebben niet meer het aanzien van Deleuze en Foucault. Nu is  Sassen geen filosoof. Ik moet snel Achille Mbembe lezen, die wel filosoof is en wiens concept van de ‘negering van de wereld’ aansluit op de visie van sassen.