Deleuze

Affirmatie

Het Negatieve keert niet terug. Het Identieke keert niet terug. Het Zelfde en het Gelijkende, het Analoge en het Tegengestelde keren niet terug. Slechts de affirmatie keert terug, dat wil zeggen het Verschillende en het Ongelijksoortige. /p. 436/
De eeuwige terugkeer elimineert dat wat hem onmogelijk maakt door op zijn beurt het vervoer van het verschil onmogelijk te maken. Hij elimineert de vooronderstellingen van de representatie, namelijk het Zelfde en het Gelijkende, het Analoge en het Negatieve. Want de representatie en haar vooronderstellingen keren maar één keer terug en niet voor altijd, waarna ze voor altijd worden geëlimineerd. /p. 438/
Deleuze: Verschil en herhaling

diefstal

De Ideeën die uit de imperatieven voortvloeien zijn dan ook allerminst eigenschappen of attributen van een denkende substantie: ze komen en gaan slechts door deze barst in het Ik, die maakt dat er altijd en ander in mij denkt, een ander die zelf ook moet worden gedacht. Denken is allereerst diefstal.
Gilles Deleuze – Verschil en herhaling – p 299

Verschil en herhaling maakt op mij de indruk Deleuze’s meest academische werk te zijn. Het is taai en doorwrocht en roept weinig beelden bij mij op, in tegenstelling tot zijn latere werk. Bovenstaande citaat is aangenaam poëtisch en komt eenvoudiger bij mij binnen.

The Actual and the Virtual

a perpetual exchange between the actual object and its virtual image: the virtual image never stops becoming actual. The virtual image absorbs all of a character’s actuality, at the same time as the actual character is no more than a virtuality. This perpetual exchange between the virtual and the actual is what defines a crystal; and it is on the plane of immanence that crystals appear. The actual and the virtual coexist, and enter into a tight circuit which we are continually retracing from one to the other. This is no longer a singularization, but an individuation as process, the actual and its virtual: no longer an actualization but a crystallization. Pure virtuality no longer has to actualize itself, since it is a strict correlative of the actual with which it forms the tightest circuit. It is not so much that one cannot assign the terms ‘actual’ and ‘virtual’ to distinct objects, but rather that the two are indistinguishable.
Gilles Deleuze in gesprek met Claire Parnet

samensteller

assembleerder – een creatieve verzamelaar – curator

De woorden verzamelaar en samensteller kwamen op tijdens het denken over Deleuze/Guattari. Het zijn termen die horen bij een mens. Ze horen ook bij de ‘vroege’ mens. En het zijn termen uit de kunstwereld.

worden

Toekomst en verleden hebben niet veel zin, wat telt is het tegenwoordig worden: de geografie en niet de geschiedenis, het midden en niet het begin noch het einde, het gras dat in het midden is en dat vanuit het midden groeit, en niet de bomen die een kruin en wortels hebben.

Claire Parnet in gesprek met Gilles Deleuze

anti-binair

als de linguïstiek en de informatica tegenwoordig zo gemakkelijk de rol van repressor spelen, dan komt dat omdat zijzelf functioneren als binaire machines binnen die machtsapparaten, en eerder een totale formalisering van wachtwoorden vormen dan een zuivere wetenschap van linguïstieke eenheden en abstracte informatieve inhouden.

Claire Parnet in gesprek met Gilles Deleuze

Deleuze Parnet

DIALOGEN van Gilles Deleuze en Claire Parnet uit 1977 is in 1991 in het Nederlands vertaald door Monique Scheepers. Ik vermoed dat ik het niet lang daarna aangeschaft heb. Nu is het voor de zoveelste keer herlees geniet ik evenzeer als toen.
Ik leerde Deleuze kennen door de expositie Rhizome in het Gemeentemuseum Den-Haag in 1991. Nadat ik eerst de catalogus van die expositie kocht met daarin fragmenten uit Mille Plateaux kocht ik DIALOGEN. Deleuze laat zich niet opsluiten in de academische filosofie maar voert vrijheidsstrijd door denken. Het is een heerlijke steun in het beweeglijke, zich verhoudende, leven.

denken voedt

Een goed filosofisch probleem behoeft volgens Deleuze helemaal geen oplossing, het gaat erom dat het je denken voedt en niet sust.

Sarah Posman over Gilles Deleuze in Deleuze Compendium

the style is the philosopher

For his part, Deleuze preferred to refer to a time that he called ‘stratigraphic.’ It is certainly important that philosophies succeed one another in time. Nevertheless, these philosophies are virtually coexistent. Every philosophy is virtually contemporary with every other, even if certain logics creep into those that preceded them, and certain concepts are reclaimed in their original form. Thus, in the present, every system of ethics rivals every other, since, in reality, all logics are in non-dialectical conflict with each other.
More precisely, according to Deleuze, any philosopher worthy of the name – that is to say, any philosopher-creator – traces out a plane within chaos. For concepts are born of thought’s confrontation with chaos. Or, in other words: concepts must be created. They are dated and signed, even if later philosophers must divert them from their original function, hijacking their components and their flows. This means that every new plane, if it is to inaugurate a truly new philosophy, even if it should have originated from an anterior plane, must distinguish itself from and find its own autonomy from the latter. But how? Most fundamentally, it is through assuming his own problematics – even if these problematics are not explicitly thematized – that the philosopher has a chance of tracing such a plane. And, on this plane, a new consistency may be given to chaos, by means of the singular creation of the arsenal of connected concepts that populate it. For Deleuze, the style is the philosopher.

Thoma Duzer – in Memorian: Gilles Deleuze (1925-1995) in Collapse III

Scroll to Top