Tag Archives: Deleuze

on the line

p.6 Het hele gelul over A.I. is zo tegengesteld aan het op Natuur gebaseerde denken van Deleuze & Guattari. De mens is echt achterlijker dan in 1980!
De natuur is oneindig groot en de mens nietig klein. En wij denken alles te begrijpen en zelfs te kunnen evenaren. Onze domheid is het enige waarlijk grote aan ons.

p. 10 Burrows are rhizomorphic in all their functions: as habitat, means of provision, movement, evasion and rupture.

multitudes

Wat Deleuze & Guattari schrijven over muziek is goed toepasbaar op de beeldende kunst die ik maak. Het moet niet te kaal zijn want dat neemt juist meer ruimte in bezit.
Het moet niet te gecompliceerd, beeldrijk, zijn want ook dat zet vast.
Het moet gelaagdheden hebben, vluchtlijnen, multitudes. Het moet meerduidig zijn maar de intenties van de maker wel voelbaar.

Ik moet beelden maken en telkens ook weer lezen. En dat wat ik zie als ik lees, met name in D&G, in beelden buiten mijn hoofd tonen. Niet door te proberen het letterlijk uit te voeren, de beelden zijn ook niet concreet in mijn hoofd, maar door beeld te maken, NIEUW beeld.
De weg naar dat beeld is vooralsnog fysieke beelden te maken met verf, tape en rasters en daar foto’s van te maken.
Zo blijf ik ook dicht bij de zeefdrukker die zich aanmeldde voor de kunstacademie.

aan Frank: filosofie na Spinoza

Spinoza heeft de basis gelegd, hij hlegt ons uit hoe het leven werkt, waartoe we samen leven, hoe ons denken en voelen werkt.
Om te leven moeten we nieuwe concepten creëren en dat is wat filosofen doen.
De filosoof die ik naast Spinoza het meest lees is Deleuze. Die alleen of met Guattari concepten creëerde. En ons wegen wijst en ons denken stimuleert. Want om te leven, nu, in verhouding tot onze omgeving hebben we concepten nodig.
Niet de concepten van de marketingmensen maar onze eigen concepten die we zelf denken. En die filosofen als Deleuze bedenken.
Vanuit de bais die Spinoza gelegd heeft.

Het denken in plooien geschikt

– citaten uit het gelijknamige werk van Gilles Deleuze –

p 12. Zodra we ons in een arm tijdperk bevinden, zoekt de filosofie haar toevlucht in de reflectie ‘op’… Als zij zelf niets creëert, wat kan zij dan doen, behalve reflecteren op? Dus reflecteert zij op het eeuwige, of op het historische, maar zijn slaagt er niet mer in zelf de beweging te maken.

De filosoof is niet reflectief, hij is een schepper.

het is een volledig nieuwe indeling van onderscheid maken, zoals Bergson het doet, de perceptie, de affectie en de actie als drie soorten van beweging.

Continue reading