Waarom lees jij romans?

Werd mij recent gevraagd.
Ik denk om dezelfde reden waarom ik naar film, museum, theater enzovoort ga. Om van schoonheid te genieten, geboeid te worden, andere zienswijzen te leren kennen. ‘Kunst is een vorm van denken – niet alleen het resultaat van een denkproces, maar ook de aanzet ertoe.‘ las ik een oratie van Hanneke Grootenboer.

Het laatste essay dat Gilles Deleuze publiceerde heet Immanence: A Life.
Een leven, niet Het of Mijn maar Een.

Toen de vraag gesteld werd las ik in Darkmans van Nicola Barker. Een complex en rijk boek met bijzondere mensen en gebeurtenissen, hoewel die mensen wellicht niet opvallend bijzonder zijn. Het zijn mensen met ieder een eigen gedrag en ervaring van de werkelijkheid.
Ik antwoordde dat ik ook lees ter vermaak en om bezig te zijn.
15 Februari schreef ik:
het Zijn is voldoende,
toch blijft Zarahtoestra zijn grot verlaten om tot de mensen de (s)preken. Vergeefs, maar toch. Spinoza, Nietzsche, Deleuze, zij allen studeren, denken, ontwikkelen zich en willen anderen ontwikkelen. Zijn, een Leven is voldoende maar weinigen willen hun leven in meditatieve toestand doorbrengen. Enerzijds is Zijn, een Leven voldoende tegelijkertijd biedt het vlak van immanentie ruimte tot verkenning, ontmoeting. Zijn. Een Leven. Meditatie. De intuïtieve liefde tot Natuur. Het accepteren, deelnemen in, liefhebben van Natuur.

Als ik Deleuze en/of Guattari lees ontstaat er direct beeld in mijn hoofd, dat ik vervolgens vertaal naar mijn abstracte foto’s. Dat heb ik bij romans niet, maar het stimuleert wel mijn denken. En geeft mij het gevoel dat het mijn leven en welzijn verbetert. En het is troost, helpt het leven accepteren?

R.H. Quaytman

R.H. Quaytman maakt exposities als chapters (hoofdstukken) van een denkbeeldig boek. Bij deze chapters verschijnt vaak een echt boek. Ik vind deze boeken boeiend, meer nog dan het werk zelf. Zo heb ik werk van haar gezien in Kassel waarvan ik herinner dat ik het Documenta deel in die locatie, Neue galerie, sterk was maar niet per se haar individuele werken herinner.
Het werk is verbonden met, komt voort uit onderzoek dat verbonden is met de plaats waar de expositie plaats vindt.

Deze afbeelding komen uit Chapter 29 over het Angelus Novus van Paul Klee dat in bezit is geweest van Walter Benjamin.

wat doen we als we denken?

ook de fundamentele vraag op die door Hannah Arendt zo helder is geformuleerd in haar meesterwerk The Life of the Mind uit 1971. Ze vraagt zich af wat we precies doen als we denken. Wat is het dat ons aanzet tot denken, en waar en wanneer grijpt het denken plaats? Arendt laat zien dat we ons moeten afsluiten van de wereld om ons heen vooraleer een denkproces te kunnen starten. We moeten ons terugtrekken uit de publieke sfeer en de private sfeer betreden – of juister nog: een domein binnen die private sfeer, een intieme ruimte waarin een denker slechts van gedachten vergezeld wordt, en zo met zichzelf in gesprek kan gaan. Denken valt altijd buiten de gewone bezigheden en staat daarmee in contrast, schrijft Arendt: ‘Het onderbreekt telkens weer de gewone levensprocessen, juist zoals het gewone leven telkens weer het denken onderbreekt.’ Een denker heeft altijd een object nodig: hij of zij denkt niet ‘iets’, maar denkt na over iets. Zo’n object noemt Arendt een thought-object, een ‘denkding’. Kunstwerken zijn voor Arendt denkdingen bij uitstek, en betrokkenheid bij kunstwerken leidt niet zozeer tot kennis (of tot waarheid), maar gaat juist voorbij aan de grenzen van kennis en leidt tot betekenisgeving.

Kunstwerken en andere objecten fungeerden in de zeventiende eeuw als dergelijke denkdingen, net zoals ze dat nu nog steeds doen.

Kunst is een vorm van denken – niet alleen het resultaat van een denkproces, maar ook de aanzet ertoe.

-uit Intieme ruimtes. Denken in de zeventiende-eeuwse kunst door Hanneke Grootenboer in De Witte Raaf

45rpm

Inkjetprint, 30×30 cm

Charles Avery vs Marcel Duchamp

Op de dag waarop mijn tweede boek van Gloria Moure over Duchamp binnenkomt lees ik een interview met Charles Avery. Hierin uit hij kritiek op Duchamp maar hij heeft Duchamp niet begrepen en weet er te weinig van. Er is heel veel geschreven over Duchamp maar zelden op een diepgaande manier zoals Moure het doet.
Avery’s werkwijze zit dichter bij Duchamp’s  dan hij beseft. Beiden verhouden zich tot traditie, zijn intellectueel en tonen hun kunstenaarschap in verBEELDing. Beiden werken graag in afzondering en verbeelden een eigen wereld los van politiek en maatschappelijke eisen.

Scroll to Top