the poetics of space 2

hagia sophia
hagia sophia

Na mijn eerste bezoek aan New York organiseerde ik een diavertoning. Met name de kinderen in het publiek waren teleurgesteld: “jullie staan er zelf helemaal niet op”.
Daar hadden mijn reisgenote en ik niet bij stil gestaan. Vanzelfsprekend hadden wij de stad gefotografeerd en kunst die we daar gezien hadden. Dat wij daar zelf ook waren bleek uit het feit dat we foto’s gemaakt hadden, daarvoor hoefden we er zelf niet op te staan.

the poetics of space

2d bril
2d bril

Het is bekend, sommige woorden veranderen al te sterk als ze vertaald worden. Poetics laat zich niet door poëzie vertalen. Poëzie dat is poeziealbums en andere slappe hap. Maar Poetics/Poitics, het boek bij Documenta 10 is een pronkjuweel in mijn boekenkast. “Poetics refers generally to the theory of literary discourse and specifically to the theory of poetry, although some speakers use the term so broadly as to denote the concept of “theory” itself.” aldus Wikipedia. Maar Poetics is meer dan dat, het is mooi, het geeft zelf al een gevoel van ruimte.

The Poetics of Space is de titel van Sonic Acts XIII. In een tijd waarin het virtuele domein steeds belangrijker lijkt te worden wil men de aandacht richten op het belang van de fysieke ruimte.
Ik loop zelf al een tijd na te denken over een expostitie met als titel Space is the place (met dank aan Sun Ra). De beleving van ruimte, reëel en virtueel is nog steeds een hoofdonderdeel van de kunsten.

wordt vervolgd

triumph des willens

still from movie by Sarah Morris
still from Bejing, 2008 by Sarah Morris

Op de tentoonstelling Morality in Witte de With is de film Bejing, 2008 van Sarah Morris te zien. Ze heeft gefilmd in Bejing ten tijde van de olympische spelen. We zien beelden van de openingsceremonie, sporters in actie, bobo’s die zich voorbereiden, celebrities op de tribune, de stad en haar bewoners. De beelden zijn mooi en geven een andere kijk op het evenement dan wat we er van op tv zagen. Dit gebeurt door de keuze van het soort beelden, het camerawerk, de montage en ook door de vertoning op groot scherm in een expositieruimte. De titel van de expositie hielp ook vast bij mijn eerste associatie toen ik de film zag: Triumph de Willens, de nazi-propaganda film van Leni Riefenstahl uit 1935.

De film van Sarah Morris toont duidelijk dat de olympische spelen primair een progaganda instrument zijn. In 1996 in Atlanta voor een frisdrank fabrikant, in 2008 in Peking voor een dictatoriaal regime.

still from Bejing, 2008 by Sarah Morris

kunstkijken

wdw 17-12-2009
wdw 17-12-2009

Op de tentoonstelling Morality in Witte de With maakte ik een aantal foto’s van het videowerk Voight kampff van Ron Terada. Door de beeldhoek die ik koos onstond een nieuw beeld. Ik ervaar dit als zijnde een foto van mij. Het is weliswaar gebaseerd op het werk van Ron Terada maar ook een nieuw werk.

Mooi onderwerp bij een project dat over moraliteit gaat. Van wie is een beeld? Een oude vraag maar wel één die steeds vaker gesteld wordt. Vrijwel iedereen heeft tegenwoordig voortdurend een camera op zak en beelden worden middels internet razendsnel onderdeel van het publieke domein.  Toch wordt er vaak nog kampachtig omgegaan met beeldrecht en copyright. En speelt de romatiek van de originaliteit nog een belangrijke rol.
We worden allen voortdurend beïnvloed door wat we zien, horen en voelen en verwerken dat in wat wij zelf voortbrengen. Bewust en onbewust.

kis

ground control van edith dekyndt in witte de with
ground control van edith dekyndt in witte de with

Ik had al bedacht dat Keep It Simple het motto voor TastyMouse (mijn webontwerperij) in 2010 zou zijn, maar nu ik vanochtend deze foto terugzie bedenk ik dat het ook een goed uitgangspunt voor het herintredend kunstenaarschap is. Ik maakte de foto vorig jaar in Witte de With waar deze ballon zich in één van de zalen bevond. Bezoekers konden hem een zetje geven waarna hij traag door de ruimte bewoog. Ja, dat kennen we van balonnen. Kunst hoeft ook niet origineel te zijn. Het moet ruimtelijk werken en de verbeelding stimuleren en dat deed dit werk van Edith Dekyndt.

code

are you reading me?
are you reading me?

Wikipedia: 1. afgeleid van het Latijnse Codex = wetboek, via het Franse en Engelse woord Code ook naar het Nederlands “Code” = wetboek (zie Nomenclatuur Codes) en vandaar ook naar “voorschrift”, bijvoorbeeld in “gedragscode”.

2. een code in de ruimste zin is een aanduiding die voor iets anders staat, een symbool, een verzameling symbolen, een beweging, etc. Codes worden gebruikt om te communiceren: het is eenvoudiger het woord ‘tafel’ te zeggen dan naar een tafel te wijzen. Alle talen zijn dus eigenlijk codes. Communiceert men met iemand die de code niet kent – dus iemand die een andere taal spreekt – dan moet men wel naar de tafel wijzen.
Als webdesigner denk ik bij code primair aan computercode, aan HTML, PHP, CSS, Javascript enzovoort. Eén van de redenen om terug te keren naar de kunst is dat ik die code een beetje zat ben. Toch is het ook heel spannend. En creatief. En code kan ook mooi zijn.

De kunst kent ook vele codes. In het beelden maken, het tonen,  de verhouding tot verschillende soorten kijkers.
Bij kunstgeschiedenis is het ‘lezen’ van bijvoorbeeld bijbeltaferelen een bekend onderdeel. En feitelijk wordt elk kunstwerk door de kijker gedecodeerd. En dit gebeurt net zo onvoorspelbaar als sommige browsers de opmaakcode van webpagina’s interpreteren.

Wij zitten vast in code, komen voort uit code, handelen vanuit code en dromen in code.

zinloze angst

bunker in de franse ardennen
bunker in de franse ardennen

De Franse Ardennen liggen en nog vol mee, deze fraaie betonnen vormen. Lege nutteloze bouwsels. Nut hebben ze nooit gehad, ze hebben de vijand niet buiten gehouden. Naast mooi zijn ze ook lachwekkend, een droeve lach.

In mijn eerste kunstperiode hield ik me bezig met de onmogelijkheid van bescherming. Over hoe bescherming veelal tot afscherming leidt. Mijn herintreden in de kunst gebeurt op een moment dat angst één van de voornaamste kenmerken van onze cultuur is. Fear is a politician’s best friend (vrij naar John Cale).

Angst voor het onbekende, voor de ander, het andere, voor het ongewisse en voor zichzelf. Ik voel geen drang iets met deze actuele angst te doen. Hij verschilt waarschijnlijk niet van een algemene cultuurbepaalde angst. Hij is wel wat uitgesprokener aanwezig.

het museum maakt kunst

bord in vanabbemuseum
bord in vanabbemuseum

Dit soort borden zag ik hangen in het vanabbemuseum. Ze waren erg aanwezig en soms zelfs opdringerig in verhouding tot tentoongestelde kunstwerken. Soms functioneerden ze als wegwijzer, soms droegen ze teksten zoals bovenstaande. In de handige kleine museumgids die bezoekers krijgen stond het project wel vermeld maar zonder naam van een kunstenaar erbij. Ik vermoed daarom dat dit werk van de museumstaf zelf is. Zien zij zich zelf als kunstenaar? Is de getoonde kunst niet voldoende en behoeft het aanvuling in de vorm van deze borden?

van abbe retro

van abbemuseum
vanabbemuseum

Het vanabbemuseum vertoont momenteel de Zomeropsteling van 1983. Deze expositie werd gemaakt door de toenmalige directeur Rudi Fuchs en toonde o.a. recente aankopen van het museum.

In eerste instantie viel mij op hoe gedateerd de tentoonstelling en de getoonde werken waren. En ook dat er nogal wat werken tussen hingen van matige kwaliteit.

In tweede instantie vroeg ik mij af waarom de huidige directeur eigenlijk zo’n oude tentoonstelling opnieuw toont. Bij terugkomst lees ik op de website: “Door de presentatie van 1983 te reconstrueren wil het Van Abbemuseum de aandacht richten op de tentoonstelling als tentoonstelling.” Raar. Waarom wil het museum dit? Daar staat ook iets over op de site: “Door de tentoonstelling samengesteld door oud-directeur Rudi Fuchs en de tentoonstelling van de huidige directeur Charles Esche te vergelijken kan de bezoeker de verschillen in uitgangspunten van beide curatoren vaststellen en ontdekken wat hun achterliggende visie op de kunst en de functie van het museum is.” Waarom zou de bezoeker dit willen? Men bezoekt een museum toch om kunst te ervaren en niet om de visie van een voormalig directeur te vergelijken met die van de huidige? Academische navelstaarderij en conservatore ijdelheid zijn mijns inziens geen doelstellingen van een kunstmuseum.

Een goede tentoonstelling wordt vanzelfsprekend als tentoonstelling gezien, als samenhangend geheel. Als de tentoonstelling minder geslaagd is zal het als slechte tentonstelling ervaren worden of niet als tentoonstelling ervaren worden maar als een aantal kunstwerken die toevallig bij elkaar hangen. Ik denk dat de doelstelling van Charles Esche daarom zinloos is.

in-finitum

eerste verdieping
eerste verdieping

Zoals ik in mijn vorige stukje schreef was is niet enthousiast over de Biënale van Venetië. Na de eerste dag in de Giardini ergerde ik me aan de gemakzucht waarmee de tentoonstellingen samengesteld waren. Ik herinnerde me dat halverwege de jaren 90 dit soort ergernis geregeld ervoer en dat het me toen motiveerde om het zelf beter te doen en, samen met Hanneke van Buitenen, de expositie Mycelium te organiseren. Nu vroeg ik me juist af of ik nog wel wilde exposeren.

Deze gedachten had ik op weg naar het Palazzo Fortuny. In dit voormalige atelier van fotograaf, textiel- en toneelontwerper en schilder Mariano Fortuny vond de expositie In-Finitum plaats. Een project van de Belgische kunstverzamelaar en handelaar Axel Vervoordt. Over vier verdiepingen waren 300 kunstwerken te zien “The works of art range from archaeological non-finished items over incomplete Old Master paintings to contemporary installations capturing the infinity. The works on show come from the collection of Axel Vervoordt, from the Musei Civici Veneziani and from various public and private collections all over the world.”

De expositie begon op de begane grond in donkere kelders waar de werken met spots uitgelicht waren, op de eerste verdieping was het ook tamelijk duister en waren de wanden met textiel bekleed, op de tweede verdieping en zolder was er wel volop daglicht.

Een zeer intrigerende tentoonstelling waarin de individuele kunstwerken autonoom bleven én opgingen in een geheel. Dit was voor mij het tegendeel van de schijnbare gemakzucht op de Biënale. Deze verzameling werken was met zorg gekozen en tentoongesteld vanuit liefde voor kunst. Ik kreeg weer zin om zelf aan een expositie te werken.

schroot in venetië

opslag in de arsenale

Gisteren terug gekomen uit Venetië, alwaar ik de 53′ biënnale bezocht. Een slechte editie dit jaar. Veel kitsch, decoratieve knutselkunst, uitleggerige documentaires en weinig verbeelding. De landenpaviljoens boden weinig opwindends en de twee exposities samengesteld door Daniel Birnbaum waren niet spraakmakend. Die in het grote paviljoen in de Giardini zelfs ondermaats. Nederland, Skandinavië, Frankrijk en Canada sprongen er positief uit in de Giardini. De oost europeesche landen maakten er een potje van.

In de Arsenale was het wat beter dan in de Giardini, maar ik zag niet één werk in de categorie ‘niet te missen’. Geen veelbelovende talenten, geen gereputeerde kunstenaars. Een willekeurige verzameling middelmatige kunst.

Aan de overkant van het Arsenale bassin waren een aantal exposities in gerenoveerde oude hallen. Jan Fabre was helaas net voorbij, de technici waren aan het afbouwen en inpakken. In de expositie Unconditional Love was een mooie video-installatie van AES+F, The Feast of Trimalchio. Op grote schermen in een ronde ruimte waren gelijktijdig drie delen van een film te zien. Een combinatie van ‘echte’ fotomodellen en een computer gegenereerde 3D omgeving.

De Arsenale zelf blijven wonderschoon. Bovenstaande foto maakte ik in een hal niet gebruikt werd voor opslag. De deels ingestorte smeedhaarden in de achtergrond zijn magnifiek.

Schrijven?

suhl bahnhof
suhl bahnhof

Zomertijd en het leven is rustig.  Zoiets. Naast het genieten wordt er ook hard gewerkt. Als webontwerper leidt dat tot tastbare resultaten, als herintredend kunstenaar nog niet. Het schrijven in en buiten dit weblog is zwaar verwaarloosd. Heb wel gefotografeerd, gedacht, gelezen, gedroomd.

Imi Knoebel

neue national galerie
Neue National Galerie
neue national galerie
Neue National Galerie
neue national galerie
neue national galerie

space is the place

belvedere van Bernd Trasberger
belvedere van Bernd Trasberger

kijktip van de maand

space is the place is een song van sun ra die in mijn hoofd klonk toen ik de tentoonstelling BELVEDERE van Bernd Trasberger in W139 bezocht. De camera van mijn telefoon had grote problemen de wit betegelde ruimte vast te leggen. Zelf voelde ik bij binnenkomst een lichte hoofdpijn en misselijkheid. Laat u daardoor niet afschrikken. De tentoonstelling is een bijzondere ervaring.

Over Charlotte Mutsaers, cronopios en andere kunstenaars

hollandse brug
hollandse brug

Paardejam van Charlotte Mutsaers, uit 1966, is een ode aan het schrijven en een pleidooi voor kunst in het algemeen.

Charlotte Mutsaers is uniek, dat klinkt als een cliché, maar dat is het mijns inziens helaas niet. Schrijvers met een unieke kijk op de wereld, het leven, zijn zeldzaam.

Charlotte Mutsaers schrijft essays zoals ze verhalen schrijft, ze beschrijft niet dé werkelijkheid maar haar eigen werkelijkheid.

Charlotte Mutsaers is authentiek. Ze is een cronopio, ze doet niet alsof de algemene manier van kijken normaal is, ze suggereert niet dat ze denkt als wij.

Haar essays doen me denken aan David Foster Wallace. Bij die Amerikaanse schrijver is de toon van zijn essays gelijk aan die van zijn romans. De ‘werkelijke’ wereld is niet anders dan de romanwereld. Het is dezelfde originele, denkende, creatieve geest die in beiden typen schrijven aan het woord is. Charlotte Mutsaers vindt het sowieso maar onzin dat onderscheid tussen genres, ik geef haar gelijk.

Hoe zit dit, wat houdt dit ding bij elkaar? De cronopio wil wel veel weten maar heeft daar geen wikipedia voor nodig.

Paardejam enthousiasmeert me voor het schrijven. Het essay Een nat boek om tegenaan te schuiven, over cronopio bedenker Julio Cortázar en zijn boek Een reis om de dag in tachtig werelden, toont de scheppingskracht en plezier van het schrijven. Het schrijven van Cortázar is vrij, speels en intelligent. Allemaal zaken waar Charlotte Mutsaers van houdt.

In Lupus lupo homo roemt ze Jean de la Fontaine niet enkel vanwege zijn stijl, lichtheid en moraal maar ook om zijn inzicht in dieren.

De cronopio kent geen andere logica dan de eigen.

Een onderzeese modeshow uit Bohemen is een ode aan de kwal en aan de glaskunstenaars Leopold en Rudolf Blashka. Het is een tamelijk gewoon essay waarin hun werk en de totstandkoming en presentatie ervan besproken worden. Van kwal tot glaskunst tot kwal. Aan het slot beschrijft ze hoe de onbreekbare kwal de woede van de mens oproept die deze onbreekbaarheid blijkbaar niet kan verdragen. Naast schrijven en kunst wordt hier zoals vaak bij Charlotte Mutsaers een pleidooi voor onze mededieren gehouden.

Op zeebenen, blauwvoeten en knieën van dennehout gaat over het schrijven, kunst, de daad van het creëren. Ook hier toont ze weer haar cronopio aard. ‘ik schrijf omdat het meeste om me heen me vreemd is, omdat ik me beter in het leven thuisvoel’. In de open brief aan het tijdschrift Raster bijt deze cronopio van zich af. Ze zet de redactie op haar nummer omdat ze schrijvers vragen te beschrijven. Ze toont verderop de idiotie van een directeur van het Scheepvaartmuseum die na de aankoop van een schilderij haar vraagt het aan te passen aan de etiquette.

Is het echt zo gek om een huisdier te nemen in plaats van een kind?

Zeep genaamd Ponge brengt ons onder andere een schrijverstip: ‘neem voor je gaat schrijven altijd eerst een bad met als enig gezelschap een stuk zeep. Waarom? Omdat de belangrijkste eigenschappen van zeep beweeglijkheid en enthousiasme zijn.’

In ‘Foei voor het onzuivere afwaswater dat de gezalfde kalveren der literatuur uitbraken!’ breekt ze een lans voor James Ensor en met name voor zijn schrijverschap, dat zicht vooral uitte in feestredes. Ook zijn schelden wordt geroemd. Een kunst waarin ook Cortázar een meester was. Ensor wordt beschreven als een sterk met zijn omgeving verbonden buitenstaander. En dat is Charlotte Mutsaers ook. Haar lofredes aan andere kunstenaars geven vorm en kleur aan haarzelf als kunstenaar.

Scroll to Top