kunst als kunst bedoeld

Vanochtend zag ik dit op de stoep in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Wreed kunstwerkje. Ongesigneerd. In tegenstelling tot de andere foto’s in mijn urban serie is deze door de buitenplaatser wel als kunst bedoeld.
Vanochtend zag ik dit op de stoep in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Wreed kunstwerkje. Ongesigneerd. In tegenstelling tot de andere foto’s in mijn urban serie is deze door de buitenplaatser wel als kunst bedoeld.
Urban dwelling in de Kerkstraat in Amsterdam. Vrees niet: anno 2009 vermaken kinderen zich nog uitstekend met een paar kartonnen dozen. Dit fraaie staaltje van tijdelijke stadsarchitectuur annex sculptuur functioneerde zondagmiddag als atelier.
Mijn vrienden denken mee over mijn herintreden en komen soms met tips:
” Ik zag een site van een kunstenares, die zich zelf als ‘onderzoeksbureau’ in de markt zet.
Vind ik het wel een mooie vondst om jezelf als onderzoeksbureau te presenteren.
Wellicht stof tot nadenken voor een herintreder in de kunst.
Onderzoeksbureau
Opiniebureau
Columnfabriek
Kwaliteitsdesk
Callcenter (voor een goed gesprek over nieuwe waarden) ”
Nu had ik herintreder.org reeds als Thinktank ingedeeld op Linkedin én start maandag mijn cursus essay schrijven. Een welkome aanmoediging dus deze tip.
Ik werk momenteel bij Deps in Ingber. Overal in de boomgaard/beeldentuin zijn nog dit soort huisjes te vinden, die ik er lang geleden plaatste. De meesten zijn vergroeid met de bomen. Ze zijn van betonijzer, isolatieschuim, hout, plexiglas enz. Sommigen zijn nog intact, anderen kapot. Misschien moet ik ze als herintreder restaureren? Of juist koesteren als één van de weinige plekken (naast slot Teijlingen) in Nederland waar ruïnes zijn?
Zaterdag was ik in AINSI, cultuurpand in Maastricht. Zoals alle steden wil ook Maastricht de creatieve industrie omarmen. AINSI is typisch Maastrichts. De woorden broedplaats en vrijplaats worden gebruikt maar het is een door de overheden opgezet prestigeproject. De organisatie is top-down en de uitstraling doet eerder denken aan de Zuidas dan aan de NDSM werf.
Ik kwam toevallig op de opening terecht en die was ook Strichts: veel bobo’s, royaal buffet en de obers haperden nooit. Zo’n opening die meer kost dan het jaarbudget van menig kunstcentrum dus.
Het gebouw, een voormalige verpakkingsfabriek van architect Peutz, is prachtig. De lokatie in een cementgroeve idem. Het is nu chique en poenerig. Er zit dan ook geld in van de gemeente, de provincie, de staat der Nederlanden, de Europese Unie, cementfabriek ENCI en diverse fondsen. De theaterprogrammering wordt verzorgd door theater aan het vrijthof. Naast de ingang zit een ueberhip kantoor/ontvangstruimte van Creative Industries, een stichting die aspirant creatieve ondernemers moet ondersteunen. Dat doen ze zoals gebruikelijk vooral met holle woorden. Slechts de absolute top der commerciële creatieven zal zich ooit zo’n kantoor kunnen permitteren.
Oh ja, er werken ook nog kunstenaars. Dat is een positieve ontwikkeling, niet lang geleden had Maastricht expres geen atelierbeleid want de kunstenaars die aan de twee academies afstudeerden kwamen toch maar in de bijstand.
Eén van de meest bepalende begrippen in onze cultuur is willen. Eén van de grootste illusies is het idee van een vrije wil die een mens zou hebben. Ondanks het feit dat Spinoza al kort na Descartes deze vergissing rechtzette. Waarschijnlijk wordt het als comfortabeler ervaren om aan deze vergissing vast te houden dan om te erkennen dat we slechts beperkte invloed op ons leven hebben.
De wil is een moeilijk fenomeen, de meeste filosofen meiden het onderwerp. Nietzsche durfde de uitdaging wel aan. Zoals bij alles wat hij dacht en schreef zijn de interpretaties ervan zeer uiteenlopend. Er zijn diverse pogingen gewaagd om selecties uit zijn nagelaten schrijfsels tot een boek te vormen. In algemeenheid geldt dat het verstandiger is het werk van een filosoof zelf te lezen i.p.v. boeken van anderen over een filosoof. Een grote geest uitgelegd door minder grote geesten wil nog wel eens tot een verwarrend beeld leiden. Een boek onder de naam van een filosoof dat door anderen gemaakt is, is nog problematischer.
Omdat ik graag wil weten wat en hoe Nietzsche schreef in de periode na de publicatie van zijn boeken*, heb ik de zeven delen Nagelaten fragmenten besteld (27 cm paperback, 4320 blz). Binnenkort meer over Nietzsche op dit blog.
* Aanvulling: Het pakket is binnen en nu pas is me duidelijk wat ik besteld heb… Het zijn Nietzsche’s aantekeningen uit de periode 1869-89. Deels zijn die aantekeningen verwerkt in gepubliceerde boeken. De laatste twee delen bevatten aantekeningen uit de tijd waarin Nietzsche werkte aan een boek rond het begrip De wil tot macht, dit boek heeft hij uiteiendelijk niet geschreven. Het zijn dus 4320 bladzijden met Nietzsches denken in ongepolijste vorm. Spannend. Nu eerst een bedenken hoe ik het ga lezen, chronologisch of niet.
Als je
werkelijk mooi
wilt zijn
moet je een neushoofd hebben.
Een neushoofd
dat is genoeg.
Je hoeft
zelfs geen neus
te hebben.
Wanneer je
maar
een neushoofd hebt
een neushoofd
met wat snot eraan
dan is
het goed.
Aldus Jan Arends in Lunchpauze-gedichten.
Ook niet fout:
Ik slaap
en waak
en daarom
ben ik mens.
Uit: Gedichten
“High pressure in a low pressure city – OMA could never exist without Rotterdam, a city that has no scene, makes no demands, offers no distractions – a laboratory of indifference….”
Citaat uit Content van OMA/Rem Koolhaas (Taschen, 2004).
Mocht u dat boek in huis hebben kijk dan nog eens naar pagina 294-299, alwaar stills uit Big Brother worden vergeleken met schilderijen van Vermeer.
Oké, dit heeft niets met herintreden te maken. Wel met kunst. Althans zo ervaar ik het. Misschien is het nuttig om mensen te waarschuwen dat dit verpakkingsmateriaal geen geschikt speelgoed is. De picto’s zijn echter ook grappig en mooi. En in eerste instantie ook schokkend op zoiets alledaags als de verpakking van een stofzuiger. Het is rauw. Het pictogram met de baby is vertederend en eng tegelijk.
Vorig jaar had ik mijn Canon Ixus cameraatje bij me in New York waarmee foto’s als hierboven niet te maken zijn. Ze zijn vrijwel altijd plat. Nou heb ik daar in het algemeen niet zo’n moeite mee, plat. Op de academie vond een docent het wel knap hoe ik alles plat wist te schilderen, in mijn stillevens zat geen enkele diepte. Ik was en ben ook niet zo een fan van de renaissance, de vlakheid van de middeleeuwse kunst vind ik mooi. Hetzelfde geldt voor Japanse prenten.
Maar de diepte van bovenstaande foto, gemaakt met een spiegelreflexcamera en film, is prachtig.
Conclusie: fotografie verschilt niet van het leven, diepte en vlakheid hebben beiden hun charme en kracht.
UPDATE feb 2025 foto is helaas van de server verdwenen en ik vind het ook niet op een back-up schijf
Bedacht ik net op het dakterras. De flexibiliteit van het oog, versterkt door de hersenen, is groter dan die van een camera. Die camera kan wel beelden isoleren en overdraagbaar maken. En daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. De behoefte aan uitwisselen van beelden is enorm.
Waar komt die behoefte uit voort? Tonen we beelden om ons bestaan te bevestigen? Hebben we een sterke aandrang tot delen? Zijn we ontevreden met de werkelijkheid waarin we leven of juist niet?
La vie moderne van Raymond Depardon is een prachtige film. Aangrijpend, ontroerend, komisch, monumentaal. Een portret van een cultuur die op het punt van uitsterven staat. Een spiegel voor de toeschouwer in de drukke stad die hooguit wat woorden wisselt met deze boeren als ze in hun tweede huis op vakantie zijn. Slechts voor één van de geportretteerden is er nog een kans op herintreden in het boerenbedrijf. Voor de anderen rest alleen nog het uittreden.
De film is niet droevig. Culturen komen en gaan. Hopelijk verdwijnt ook de grootschalige gesubsidieerde uitputtende landbouw van nu en komt er een nieuwe meer duurzame, kleinschalige, vorm voor terug.
Een 83 jarige boer, die samen met zijn 5 jaar oudere broer geïnterviewd wordt, zegt in de film: we zijn niet zo ouderwets. De zaal lacht dan, ik niet. Ik denk dat hij gelijk heeft. Hij verzet zich niet tegen de nieuwe tijd en laat zich er ook niet gek door maken.
Bedacht ik terwijl ik het trappenhuis van FOAM aan het fotograferen was en er telkens mensen in beeld kwamen. Vanwege de Richard Avedon expo was het zeer druk. Avedon was wel van de mensen. De expo krijgt veel aandacht, niet in de laatste plaats door de vele beroemdheden die hij fotografeerde. Dat vond ik zelf de minst interessante foto’s. De mooiste serie is ‘In the American West’, waar geen celibrity in voor komt maar juist mensen uit het minst glamorous deel van de Amerikaanse bevolking. Ik vermoed dat Avedon’s hart meer bij deze mensen lag. Een andere boeiende serie is van toenmalige (1976) Amerikaanse machthebbers, vooral ook omdat sommigen nog steeds actief zijn.
Dan terug naar de titel van dit stukje. Jarenlang kwamen er nauwelijks mensen op mijn foto’s voor. Op vakantiefoto’s stonden landschappen en gebouwen, slechts zelden reisgenoten en bewoners van het bezochte gebied. De laatste jaren wordt dit iets vaker gecombineerd.
Istanbul Modern is het prachtig aan de Bosporus gelegen museum voor moderne kunst van Istanbul. Bovenstaande foto is genomen in het café. Momenteel loopt de expositie:
“In Praise of Shadows”, reflecting the influences on contemporary art of the long history of the shadow theatre in Turkey and Greece comprises works that are based on folk tales or simple contemporary narratives and presents more than 100 works of shadow theatre with dance, opera and music, silhouettes, drawings, texts, manuscripts, and films.
The exhibition explores the parallels between the traditions of shadow theatre and the new narrative spirit in contemporary art, while transmitting the traces of the traditional art form on the contemporary world of art in recent years.
Zou de curator dit aan de bar bedacht hebben?
Een serie bewerkte panelen isolatieglas. Ze werden gevuld, beschilderd, met en zonder text. En het druppelpaneel werd ook gebruikt voor een serie portretten. De panelen konden draaien in aan de wand bevestigde frames van staat of beton.
Bent u er al eens geweest: Las Palmas in Rotterdam? Het fotomuseum is er gehuisvest. V2 instituut zou er heen gaan maar zit nog in de Witte de Withstraat. Ik heb nog niemand gesproken die er geweest is en vroeg me af of dit weer eens een typisch mislukt prestige project is?
Mooi dat herintreden, maar wat maakte ik eigenlijk voor kunst voor de overstap naar webdesign? Bladerend in een schoenendoos met foto’s kwam ik deze foto tegen, gemaakt in het trappenhuis van het atelierpand waarin ik werkte in Maastricht. Deze zwevende figuur had ik uitgesneden uit fluoriserende stof en op de muur geplakt. Het werk in de Maastrichtse jaren is behoorlijk grafisch. Silhouetten, (kant-)patronen, woorden komen regelmatig terug. Ook in drie dimensionale betonnen beelden.
Mischien moet ik nu ook mijn verhaal naar het verleden verlengen. Ik werkte als zeefdrukker en grafisch ontwerper voor ik naar de academie ging. Daar wilde ik me meer in het ontwerpen bekwamen, maar stapte al in het eerste jaar over naar de ‘vrije kunsten’. Het onderscheid kunst-design is dus nooit zo duidelijk geweest. En het wisselen tussen de vakgebieden, het mixen der media was er ook al voor september 2008.
In het kader van de analoge nostalgie een plaatje gemaakt met een wegwerp panoramacamera. Ik vrees dat ik hiermee wel de mening van een bezoekster bevestig die op mijn herintreedplan reageerde met: ‘maar je bent toch al die jaren kunstenaar gebleven’. Want op vakantie gaan naar Charleroi en daar met een wegwerp panoramacamera foto’s nemen?
Een oude wijsheid luidt: openingen zijn het slechtste moment om kunst te kijken. De laatste drie keer dat ik het NIMK bezocht miste ik echter een gesprekspartner. Het werk nodigt uit erover te praten, sterker nog het bevredigt niet er enkel naar te kijken en luisteren. Dat komt doordat kunst momenteel ‘ergens over gaat’ en NIMK maakt regelmatig thema exposities en wil zelf dus ook een verhaal vertellen. Als ik naar een opening ga kan ik met andere bezoekers praten, met de samensteller(s) en vaak ook de kunstenaars. Misschien zijn de druk bezochte openingen bij het NIMK juist de beste gelegenheid de geboden kunst te ervaren.
(een mens is nooit te oud om te leren: dankzij de spellingscontrole in Firefox weet ik nu dat misschien met twee essen is)
Ik zat in een catalogus te bladeren en vroeg me plots af: hoe zit dat met zwart-wit fotografie en digitale camera’s. Hebben die camera’s een zwart-wit stand of moeten we onze foto’s softwarematig naar zwart-wit omzetten? Het lijkt me dat we hoe dan ook een ander resultaat krijgen dan via zwart-witfilm. Maar is dat een probleem? Lijkt me niet. In de doka pleegde men ook tot een optimaal gewenst resultaat te komen. In een bewerkingsprogramma zijn de methodes anders, maar de insteek niet. Op internet staan vele handleidingen om tot een goed resultaat te komen.
Zelf laat ik mijn foto’s altijd in kleur. In mijn oude spiegelreflexcamera koos ik voor kleur of zwart-wit. Nu ze automatisch kleur zijn laat ik dat zo. Er staat ook nog geen enkele zwart-wit foto in dit weblog. Is dit gemakzucht, komen kleurenfoto’s beter tot hun recht op een beeldscherm, houd ik gewoon veel van kleuren in beeld? Als ik dit blog doorscroll blijkt het laatste zeker het geval. Er staan ook foto’s tussen waarbij kleur geen voorname rol speelt. Zouden die wellicht mooier zijn in zwart-wit?
Bovenstaande foto is volgens Photoshop zwart-wit, ik zie echter op één van mijn monitoren nog allerlei blauwtinten.